Kidsquote 14
Afbeelding
2
Een natte herfst en lange winter zijn voorbij gegaan. Reikhalzend hebben wij -mannen- er naar uitgekeken. Op Facebook giert het testosteron al dagen in het rond en wordt mijn tijdlijn subtiel, maar vaak ook zonder erbij na te denken, volgestouwd met overenthousiaste berichten en foto’s. Het is namelijk officieel; vrijdag 10 april wordt ‘nationale rokjesdag’!
Het is woensdagmiddag en ik zit samen met Sibe in de auto naar het zwembad. We doen dat retourtje twee keer in de week en het is ondertussen een traditioneel ‘vader-zoon’ momentje geworden. Vaak gebruiken we de zeveneneenhalve minuut om ‘iets nieuws’ te leren. Een vast item is bijvoorbeeld: vieze rijmwoorden op het woordje … hond. Maar ik leer hem ook nuttige dingen, zoals autorijden. Nee, niet in ’t echt, maar in theorie. Hij weet waar het gaspedaal en de rem zit en hij kan ondertussen beter schakelen dan zijn moeder.
Ruim anderhalve maand geleden heb ik de loopschoenen ingeruild voor mijn racefiets. Niet omdat ik het lopen niet leuk vind, maar fietsen vind ik gewoon nog ontzettend veel leuker! Op de fiets ga ik sneller, zie ik meer, kan ik af en toe de benen stilhouden, terwijl ik toch vooruit kom en word ik veel minder snel moe. Bij het lopen zit mijn gemiddelde hartslag toch al snel tegen de 160 slagen per minuut. Terwijl op de fiets mijn hart 25 tot 30 slagen per minuut minder nodig heeft om een lekker tempo vol te houden. Da’s voor iedereen langer vol te houden, maar zeker voor een oude man, zoals ik.
Negenennegentig keer eerder is hij gereden. ‘De Ronde’, zoals hij liefkozend genoemd wordt. Het is de enige eendaagse wedstrijd die de naam draagt, zonder dat verdere uitleg nodig is. Andere koersen, zoals De Giro en De Tour hebben drie weken strijd nodig om met zo’n naam weg te komen, maar niet Vlaanderens Mooiste.
Waar wij ieder jaar hopen op een Elfstedentocht, hebben de Belgen het veel beter voor elkaar. Zij plannen hun ‘Nationale (Sport)Feestdag’ gewoon op de veertiende zondag van het jaar. Oké, er hoeft niet gekluund te worden en ze hebben geen bruggetje bij Bartlehiem, maar zij hebben kilometers kasseien, de Oude Kwaremont en de Paterberg. Voor de rest is ’t hetzelfde … veel feestende toeschouwers, die zich warm houden met genoeg alcohol om een heel land in één dag te ontsmetten.
Natuurlijk is het leuk om door middel van wat uitdagingen de naamsbekendheid van Right To Play te vergroten. Maar weet je wat nog veel leuker is? Ontzettend veel geld bij elkaar sprokkelen voor dit goede doel.
Toen ik als vrijwilliger ging werken voor Right To Play, wilde ik natuurlijk zelf het goede voorbeeld geven en donateur worden. Dat zou kunnen voor een vast bedrag per maand, maar ik vond het leuker, om het wat spannender te maken voor mezelf. Daarom verzon ik 52 uitdagingen en bedacht een super ingewikkeld ‘betaalsysteem’. Wekelijks betaal ik voor elke uitdaging die ik haal een klein bedrag. Maar als ik faal, betaal ik een veel groter bedrag aan Right To Play.
Om 4 uur in de ochtend rinkelt het alarm mijn telefoon. Op een ‘provincietocht dag’ is dat het eerste moment dat ik denk: wat is hier ook alweer leuk aan? Maar als ik eenmaal wakker ben, kan ik toch niet meer slapen, dus zet ik me over mijn ochtendhumeur heen en neem een warme douche. De avond ervoor heb ik al mijn spullen al klaar gelegd, dus na m’n ontbijt kan ik snel de auto in.
Ik heb een redelijk druk dagje voor de boeg. Eerst ruim tweehonderd kilometer door Noord-Holland fietsen, dan terug naar huis, om vervolgens mijn moeder te bezoeken in het ziekenhuis in Tilburg. Daarna weer naar huis en dan het filmpje monteren en dit blogje schrijven.
Na twee weken is het weer tijd voor een stevige route. Want na twee intensieve weken, waarin er veel gebeurd is, ben ik wel toe aan aan een dagje ‘me, myself and I’. Dus op de fiets en genieten van windje mee en net zo hard van windje tegen.
Bloggen is een belangrijk stuk van mijn leven geworden en ik heb daarin een aantal vaste volgers gekregen. Eén van die volgers is Narda. Ze stuurde me voor mijn provincietocht in Noord-Holland een lijst met markante plekken. Narda schrijft onder het pseudoniem Beaunino en heeft op haar blog de ondertitel staan: ‘gewoon doorroeien’. Daar schrok ik van, want ik fiets wel eens wat langere afstanden, maar om nou ruim 200 kilometer te roeien … that’s a whole other cake (zou Van Gaal zeggen).
Het is 1 april 2015, net half acht in de ochtend geweest. Mijn (zo goed als) dagelijkse fietstocht naar Capelle zit er net op. Zoals elke dag neem ik een ‘camping douche’ in de toiletruimte van de school. Het waaide vanmorgen, nou zeg maar gerust … het stormde. Maar het was een westenwind, dus het zat me mee. Ik hang mijn Alpe d’Huzes wielerjasje aan de kapstok en mijn gedachten gaan terug naar 6 juni 2013.